Nieuwe dromen voor het nieuwe jaar: Gratis geld als mensenrecht

Opinie verschenen in De Morgen op 3 januari 2014

In steeds meer westerse landen gelooft een meerderheid dat generatie Y het slechter zal hebben dan haar ouders. De 25-jarige schrijver Rutger Bregman is heilig overtuigd van het tegendeel. Als we maar willen dromen. “Een generatie die niet wil dromen, verliest het recht op een betere wereld.” Bregman verzamelde voor De Morgen drie idealen, aangeboden voor de politieke agenda. Vandaag deel 2.

Londen, mei 2009. Een klein experiment met dertien daklozen gaat van start. Sommigen slapen al meer dan veertig jaar op de koude stenen van The Square Mile, het financiële hart van de wereld. Hun verblijf is niet goedkoop. Politie, justitie, zorg: het prijskaartje van de dertien onruststokers wordt op minstens 350.000 pond geschat. Ieder jaar weer.

Het kan zo niet langer weet Broadway, een lokale hulporganisatie. Dat voorjaar heeft ze een radicaal besluit genomen. Voortaan krijgen de dertien topzwervers van The City een exclusieve behandeling. Voor hen geldt niet langer het dagmenu van voedselbonnen, gaarkeukens en opvang. Nee, er komt een drastische bail-out, in één klap, en dat op kosten van de belastingbetaler. Voortaan krijgen de zwervers gewoon gratis geld.

Om precies te zijn: 3.000 pond. Handje contantje, zonder er iets voor terug te hoeven doen. De mannen mogen zelf weten waar ze hun centen aan besteden; de begeleiding is vrijblijvend. Er zijn geen verplichtingen, er worden geen vervelende vragen gesteld. De enige vraag die de zwervers moeten beantwoorden, luidt: Wat denk je dat goed voor je is?

“Toen het begon, had ik geen grote verwachtingen”, herinnerde een hulpverlener zich later. Maar de wensen van de zwervers bleken alleszins bescheiden. Een telefoon, een paspoort, een woordenboek, een gehoorapparaat – ieder had zo zijn eigen ideeën over wat het beste voor hem was. Geen van de mannen verspilde zijn geld aan drank, drugs of gokken. Sterker nog, de meesten waren overdreven zuinig op hun centen. En belangrijker nog: een jaar nadat het experiment was begonnen, hadden elf van de dertien een dak boven het hoofd. Ze accepteerden opvang, volgden cursussen, leerden koken, kickten af, bezochten hun familie en maakten plannen voor de toekomst.

Na tientallen jaren van vruchteloos duwen, trekken, bekeuren, vervolgen en verzorgen waren er elf notoire zwervers, eindelijk, van de straat gehaald. Kosten? 50.000 pond per jaar, inclusief het loon van de hulpverleners. Dat wil zeggen: er waren niet alleen elf mensen geholpen, er was ook bezuinigd met een factor zeven.

Zelfs het zakenblad The Economist concludeerde: “De efficiëntste manier om geld te besteden aan daklozen is het ze gewoon geven.”
Armen kunnen niet met geld omgaan, denken we vaak. Ze zullen het wel aan hamburgers en Lidl-bier besteden, in plaats van fruit en onderwijs. En dus hebben we allerlei vernuftige hulpprogramma’s opgetuigd, met stapels formulieren, registratiesystemen en een leger aan controleurs. Zeker sinds de crisis is uitgebroken, barst het van de initiatieven om fraude met toeslagen en uitkeringen aan te pakken.

“Je moet werken voor je geld”, is de achterliggende gedachte. De sociale zekerheid is in de afgelopen jaren steeds meer op de arbeidsmarkt afgestemd. Van ‘welfare’ naar ‘workfare’ heet het ook wel: verplicht solliciteren, meedoen aan re-integratietrajecten en aan de slag voor de gemeente. De onderliggende boodschap: gratis geld maakt mensen lui. Er is één kink in de kabel: arme mensen zijn niet lui.

Sinterklaas bestaat
Maak kennis met Bernard Omondi. Jarenlang werkte hij als steenwerker in een groeve, ergens in het onherbergzame westen van Kenia. Bernard verdiende twee dollar per dag. Totdat, zomaar op een morgen, hij een merkwaardig sms’je kreeg. De boodschap: gefeliciteerd, je krijgt vijfhonderd dollar – bijna een heel jaarsalaris.
Een paar maanden later liep een journalist van The New York Times rond in het dorp van Bernard. Het was alsof iedereen met de loterij had gewonnen. Maar niemand had zijn geld opgezopen. Er waren huizen gerepareerd en bedrijfjes gestart. Bernard verdiende inmiddels zes tot negen dollar per dag met zijn nieuwe Bajai Boxer, een Indiase brommer waar hij passagiers mee rondreed.

“Wij leggen de keuze in de handen van de armen”, vertelt Michael Faye, oprichter van de achterliggende organisatie GiveDirectly. “De waarheid is dat ik meestal geen idee heb wat de armen nodig hebben.” Toen Google zijn data had bekeken, doneerde het direct 2,5 miljoen dollar.

Bernard en zijn dorpsgenoten zijn al lang niet meer de enige geluksvogels. In 2008 besloot de regering van Oeganda 400 dollar uit te keren aan 12.000 jongeren tussen de 16 en 35 jaar. Gewoon gratis geld – geen gezeur. De resultaten, vier jaar later, waren verbluffend. Doordat de jongeren hadden geïnvesteerd in hun scholing en bedrijfjes, waren hun inkomens met bijna 50 procent gestegen. De kans op een baan was met meer dan 60 procent toegenomen.

Studies van over de hele wereld wijzen het inmiddels uit: gratis geld helpt. Er is al een verband aangetoond met minder criminaliteit, minder ongelijkheid, minder kindersterfte, minder ondervoeding, minder tienerzwangerschappen, minder gespijbel, betere schoolprestaties, hogere economische groei en emancipatie. “De belangrijkste reden dat mensen arm zijn, is dat ze niet genoeg geld hebben”, merkt ontwikkelingseconoom Charles Kenny droogjes op. “Het zou dan ook geen grote verrassing moeten zijn dat het geven van geld een uitstekende manier is om dat probleem te verhelpen.”

In het boek ‘Just Give Money to the Poor’ (2010) geven onderzoekers van de OESO (de denktank van rijke landen) talloze voorbeelden van succesvol strooien met geld. In Namibië vlogen de ondervoeding (min 25 procent), criminaliteit (min 42 procent) en het spijbelen (van 40 naar bijna 0 procent) omlaag. In Malawi knalde het schoolbezoek van meisjes en vrouwen met 40 procent omhoog, waarbij het niet uitmaakte of er wel of geen voorwaarden werden gesteld.

Van Brazilië tot India, van Mexico tot Zuid-Afrika: gratis-geldprogramma’s hebben in de afgelopen tien jaar een enorme opmars doorgemaakt. Toen in 2000 de Millenniumdoelstellingen werden geformuleerd, werden de programma’s nog niet eens genoemd. Maar nu bereikt het geld bijna 1 miljard mensen in meer dan 45 landen. Waarom zouden we dure blanke mensen in SUV’s sturen als we het geld ook gewoon kunnen overmaken? Dan blijft er niets aan de strijkstok van corrupte ambtenaren hangen. En gratis geld stimuleert de hele economie: er wordt meer gekocht, wat de werkgelegenheid doet groeien en de inkomens doet stijgen.

“Armoede gaat om een gebrek aan cash. Het is geen kwestie van domheid”, verzucht de econoom Joseph Hanlon. “Je kunt jezelf niet aan je eigen haren uit het moeras trekken als je kaal bent.”

De utopie
Gratis geld: het is geopperd door enkele van de grootste denkers uit de geschiedenis. Onder de voorstanders bevonden zich linkse én rechtse denkers. Zelfs de grondleggers van het neoliberalisme, Friedrich Hayek en Milton Friedman, hebben ervoor gepleit: het basisinkomen.

En dan niet slechts voor een paar jaar, alleen in ontwikkelingslanden of louter voor de armen, maar gewoon, gratis geld als mensenrecht voor iedereen. Zulke mijlpalen van beschaving worden aanvankelijk altijd als een utopie beschouwd. Albert Hirschman, een van de grote sociologen van de vorige eeuw, schreef dat utopieën in eerste instantie op drie gronden worden bestreden: futiliteit (het kan niet), gevaar (de risico’s zijn te groot) en perversiteit (het ontaardt in zijn tegendeel). Maar Hirschman schreef ook dat utopieën, kort na invoering, vaak als doodnormaal worden beschouwd.

Futiel? We zijn voor het eerst in de geschiedenis rijk genoeg om een stevig basisinkomen te financieren. Het bureaucratische toeslagencircus en het controleapparaat dat uitkeringstrekkers koste wat kost in laagproductieve baantjes wil dwingen, kunnen de prullenbak in. De hele wirwar aan aftrekposten is niet meer nodig. Verdere financiering zou uit (hogere) belastingen op vermogen, vervuiling, kapitaalstromen en consumptie kunnen komen.

Gevaarlijk? We zouden inderdaad iets minder werken, maar dat is ook de bedoeling (DM 2/1). Er is overweldigend bewijs dat verreweg de meeste mensen, basisinkomen of niet, willen werken. Werkloosheid maakt ongelukkig. Een van de charmes van het basisinkomen is bovendien dat het de ‘werkende armen’, die beter af zijn met een uitkering, stimuleert om een baan te zoeken. Ze kunnen er alleen maar op vooruit gaan; het basisinkomen is onvoorwaardelijk.
Pervers? Integendeel, in de afgelopen decennia is de sociale zekerheid juist ontaard in een pervers stelsel van sociale controle. Er is een leger aan hulpverleners nodig om burgers door de bureaucratische jungle te leiden. Vervolgens is er een leger aan controleurs aangesteld om deze fraudegevoelige papierwinkel in de gaten te houden. Dat wat vastigheid zou moeten bieden, de verzorgingsstaat, is steeds meer op wantrouwen en schaamte gestoeld.

(Gratis) geld maakt gelukkig
De diagnose is al vaker gemaakt. We zitten opgescheept met een verzorgingsstaat uit een vervlogen tijdperk, toen de man nog de kostwinnaar was en hij een leven lang bij één bedrijf kon blijven. Het pensioenstelsel en de ontslagbescherming zijn nog altijd gericht op de geluksvogels met een vaste baan, de sociale zekerheid leunt op de misvatting dat de economie genoeg banen creëert en uitkeringen zijn vaak geen trampoline, maar een valkuil.

Nog niet eerder is de tijd zo rijp geweest voor de invoering van een universeel, onvoorwaardelijk basisinkomen. Vergrijzing stelt ons voor de taak ouderen zo lang mogelijk erbij te houden. Flexibilisering betekent dat we meer zekerheid moeten creëren. Globalisering zorgt ervoor dat de lonen van de middenklasse steeds verder worden uitgehold. De emancipatie van vrouwen wordt pas voltooid als ze een grotere financiële onafhankelijkheid verwerven. De groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleid betekent dat we de laatsten extra moeten ondersteunen. En de opkomst van robots zou zelfs hoogopgeleiden hun baan kunnen kosten.

Natuurlijk, het lukraak invoeren van een peperduur basisinkomen zou rampzalig uitpakken. Iedere utopie begint in het klein, met experimenten die de wereld langzaam doen kantelen, zoals een paar jaar geleden bij de daklozen van The City. Een van de hulpverleners vertelde toen: “Het is moeilijk om van de ene op de andere dag de manier te veranderen waarop je een probleem ziet. Maar nu hebben we de kans gekregen om anders te praten, anders te denken…”
Zo begint alle vooruitgang.


De auteurs zijn volledig verantwoordelijk voor de inhoud van de artikels die op de website van het Belgisch netwerk voor het basisinkomen overgenomen worden

Geef een reactie